Licht op zorg

Onafhankelijk, betrouwbaar en betrokken


Schippers: Meldpunt bijwerkingen implantaten van start


Het meldpunt en expertisecentrum voor bijwerkingen van implantaten is met ingang van vandaag van start gegaan. Burgers, patiënten en ook zorgverleners kunnen vanaf vandaag bijwerkingen melden.


Minister Edith Schippers heeft de start van meldpunt gemeld in een brief aan de Tweede Kamer. Het doel van het meldpunt is ongewenste effecten of bijwerkingen van implantaten zo vroeg mogelijk te ontdekken en te analyseren.

 

Medisch en cosmetisch

Een implantaat wordt om medische of cosmetische reden in het lichaam wordt geplaatst. Daarbij gaat het vaak om implantaten in de kaak. Meldingen over een implantaat worden geanalyseerd door een expertisecentrum dat verbonden is aan het meldpunt. Het expertisecentrum is een samenwerking tussen Bijwerkingencentrum Lareb en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De Federatie Medisch Specialisten biedt expertise vanuit de


praktijk afhankelijk van het soort implantaat en melding. 


Veiligheid

Minister Edith Schippers: “het meldpunt handelt geen individuele klachten af, maar kan mensen wel verwijzen naar de juiste plek als ze hulp nodig hebben of als er individuele klachten zijn over de zorg. Als er echt iets mis is met een implantaat dan kan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) optreden. Dat is dus uiteindelijk goed voor de patiënt en de veiligheid in de zorg”.

 

Informatie
Voor meer informatie en online melden, kan men met ingang van vandaag naar het meldpunt gaan via meldpunt.
3 juli 2017


‘Zorginstellingen vormen gewild doelwit voor cyberaanvallen’


“Zorginstellingen zijn een gewild doelwit voor cyberaanvallen en afpersing. Zij willen hun zorgverlening immers snel weer op orde hebben,” zegt Jan Willem de Lange naar aanleiding van de grote cyberaanvallen waarbij vorige maand met name Britse ziekenhuizen werden getroffen. De Lange is Managing Partner bij Conan Doyle en specialist op het gebied van beveiliging van informatie.

 

Jan Willem legt uit wat er vorige week aan de hand was. “Hackers versturen mails die afkomstig lijken van betrouwbare personen, zogenoemde ‘malware’. De techniek achter deze aanvallen is voor een paar tientjes op Internet te koop. Op het moment dat de ontvanger de mail opent, wordt zijn computer gegijzeld. Deze besmetting van je computer noemen we ‘ransomware’.

 

Vervolgens verspreidt deze ‘ransomware’ zich in het systeem, waardoor dus steeds meer computers in het systeem worden gegijzeld. Al je bestanden worden versleuteld, zodat je daar niet meer bij kunt. Je personeels- bestand en al je patiëntgegevens worden zo onbereikbaar. Er wordt vervolgens gevraagd om een losprijs te betalen voor de sleutel van de bestanden. Je moet echter maar afwachten of je deze sleutel na betaling ook daadwerkelijk krijgt”.

 

Impact

Het Nationaal Cyber Security Centre (NCSC) meldt nog geen Nederlandse gevallen. “Maar je moet niet uitsluiten dat ook Nederland doelwit wordt. Je moet je nooit laten leiden door angst of bangmakerij, maar dit was wel serieus. Terwijl met relatief


eenvoudige middelen een aanval is af te slaan of schade is te voorkomen. Je kunt het vergelijken met handen wassen. Dat is vrij eenvoudig, maar voor minimale hygiëne wel noodzakelijk,” zegt Jan Willem. De specialist van Conan Doyle geeft aan dat de impact van een aanval bij zorginstellingen groot is. “Je kunt een groot deel van je zorg niet meer verlenen, want je kunt niet meer bij de gegevens van patiënten. Ook je apparatuur werkt niet meer. Gedupeerde patiënten gaan vervolgens naar een andere zorginstelling en de getroffen instelling heeft te kampen met reputatieschade.”

 

Genezen

Voorkomen is beter dan genezen. Wet- en regelgeving geven richting aan organisaties om zich te beschermen tegen cyberaanvallen. Ook NOREA, de beroepsorganisatie van IT-auditors hamert op het nemen 


van maatregelen. “Er zijn legio mogelijkheden om je te wapenen tegen een aanval of besmetting,” zegt Jan Willem. “Je moet echter goed nagaan welke maatregelen echt noodzakelijk zijn. Dat is per organisatie verschillend. Je moet de juiste balans vinden tussen maatregelen en type organisatie. Ik maak altijd een praktische vergelijking: soms is een slot op de deur voldoende, soms is een compleet alarmsysteem - met alarmopvolging - noodzakelijk.”

 

Anoniem

Overigens is het lastig om de criminelen achter de aanvallen te achterhalen, geeft Jan Willem aan. “De hackers kunnen zich heel gemakkelijk verschuilen achter allerlei ip-adressen. Het betalen van de losprijs verloopt met bitcoins. Daarmee kun je geheel anoniem de losprijs incasseren. Het is dan ook lastig daders op te sporen.” 27 juni 2017



VGN: Gehandicaptenzorg zoekt 10.000 nieuwe medewerkers 


Om aan de zorgvraag te kunnen voldoen, heeft de gehandicaptenzorg voor 2020 in totaal 10.000 nieuwe zorgmedewerkers nodig. Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland is een campagne gestart om jongeren te interesseren voor een loopbaan in de gehandicaptenzorg.

 

Na jaren van forse krimp neemt nu in de hele sector Zorg en Welzijn de werkgelegenheid toe. De instroom vanuit de beroepsopleidingen daalt scherp, terwijl door de vergrijzing de zorgvraag toeneemt. Met een campagne wil de VGN een bredere doelgroep aanspreken, met vernieuwende combinaties van werken en leren. 

Het werven van nieuwe medewerkers is een zware opgave, niet alleen omdat de vraag toeneemt, maar ook omdat de instroom van de vakopleidingen met 13,5 procent daalt.




Een en ander blijkt uit het resultaat van drie onderzoeken, die vorig maand zijn gepresenteerd tijdens een bijeenkomst die de VGN hield voor HRM-professionals werkzaam bij de 160 leden.  De onderzoeken zijn verricht door AZW, Bartels en Effectory.


Uit de onderzoeken blijkt dat er in de gehandicaptensector nog voor 2020 een gat dreigt van 3.500 gewenste medewerkers, het verschil tussen aanbod en vraag. Het gaat hierbij met name om hbo-verpleegkundigen, sociaal pedagogische hulpverleners en persoonlijk begeleiders niveau 4. De problematiek neemt verder toe zodra geplande miljardeninvesteringen in de ouderenzorg doorgaan. Veel hbo-verpleegkundigen kunnen dan ook in de ouderenzorg aan de slag, waardoor het tekort nog verder toeneemt.

 

Wat een vak

De snel toenemende krapte op de arbeidsmarkt motiveerde de VGN om te starten met de campagne Wat een vak. Deze campagne heeft onder meer tot doel om zoveel mogelijk jongeren te interesseren voor een carrière in sector. 8 mei 2017



Onderzoek: Meer diabetes bij veranderend klimaat 


Naarmate de gemiddelde buitentemperatuur hoger is, krijgen meer mensen diabetes. Dat blijkt uit een statistische analyse van LUMC-onderzoekers. Ze denken dat de verklaring ligt in de verminderde activiteit van bruin vet.

 

Het onderzoek is gepubliceerd in BMJ Open Diabetes Research & Care. De gemiddelde temperatuur op aarde stijgt, en het aantal nieuwe diabetespatiënten per jaar ook. Dat is geen toeval: een hogere temperatuur gaat samen met meer diabetes. LUMC-onderzoekers concluderen dat uit een vergelijking van gegevens uit meer dan vijftig staten van de VS.

 

Eerste auteur Lisanne Blauw, als promovendus verbonden aan de afdelingen Endocrinologie en Epidemiologie, vertelt: “Al die staten houden gegevens over het voorkomen van diabetes op één manier bij".




"Wij werkten met het aantal nieuwe gevallen van diabetes per staat per jaar. Ook gegevens over de gemiddelde temperatuur waren beschikbaar”.


Florida en Alaska

Met statistische technieken ging ze na of het aantal nieuwe diabetespatiënten verband houdt met de buitentemperatuur. Ze deed dat eerst

per staat, omdat je een warme staat als Florida niet zomaar kan vergelijken met een koele staat als Alaska. 


Daarna combineerde ze de uitkomsten per staat in een overkoepelende analyse. “Het resultaat is duidelijk: in warme jaren komen er meer nieuwe gevallen van diabetes bij dan in koele jaren. Dat komt voor een deel omdat het aantal mensen met obesitas in warme jaren toeneemt en obesitas vergroot de kans op diabetes. Maar los daarvan brengt een hogere temperatuur op zich ook het aantal gevallen van diabetes omhoog.”

 

Wereldwijd

Medeauteur Ahmad Aziz (afdeling Neurologie) deed ook een analyse op wereldniveau, met gegevens uit 190 landen. Blauw zegt: “Ook dan zien we een samenhang met de gemiddelde temperatuur: hoe hoger de temperatuur, hoe meer mensen met verhoogde bloedsuikerwaarden”. 3 april 2017


Handtekeningen brengen antibioticaresistentie onder de aandacht


Iedereen kan met ingang van deze week zijn handtekening zetten tegen de groei van antibioticaresistentie. De boodschap van de handtekening luidt: ‘Ook ik zet mij in tegen antibioticaresistentie’.


Minister Schippers heeft inmiddels haar eigen handtekening opgehangen in haar werkkamer. De campagne is in eerste instantie gericht op professionals in de zorg zoals huisartsen, medisch specialisten, bestuurders, dierenartsen en tandartsen. Maar ook mensen die niet werkzaam zijn



in de zorg kunnen digitaal een handtekening zetten. Via www. daarwordtiedereenbetervan.nl/ handtekening worden zoveel mogelijk handtekeningen verzameld. Op deze site kan iedereen digitaal zijn 


handtekening zetten, ook via een tablet of smartphone, door de hand letterlijk op het scherm te plaatsen. Deze verschijnt vervolgens op een digitale handtekeningenwand.


Voorkomen

Professionals spelen een belangrijke rol in het voorkomen van infecties en resistentie. Onder meer door het zorgvuldig naleven van hygiëneregels, het hebben van speciale antibioticateams in ziekenhuizen die nadrukkelijk kijken of een behandeling met antibiotica de juiste is en bij betere samenwerking tussen 


ziekenhuizen, verpleeghuizen en lokale gezondheidsdiensten in de regio. Gezamenlijk doel is een aantoonbare vertraging van de opkomst en verspreiding van multiresistente bacteriën.


Behangelingen

De overheid neemt maatregelen op alle terreinen waar de gezondheid van mensen wordt bedreigd door resistente bacteriën. Zo worden maatregelen genomen in de zorg, de veehouderij, bij de voedselproductie en bij de ontwikkeling van nieuwe behandelingen. 24 februari 2017



Minister wil forse verlaging van aantal mensen met depressie 


Minister Edith Schippers heeft een overeenkomst getekend met negentien partijen om het aantal mensen met depressie fors terug te dringen.


Het gaat daarbij om ActiZ Jeugd, AJN, Arbo-verpleegkundigen, DepressieVereniging, GGD, GHOR Nederland, GGZ Nederland, Jeugdverpleegkundigen, Kenniscentrum Sport, KNGF, LV POH-GGZ, MIND, NCJ, NIP, NVAB, RIVM/CGL, Trimbos, V&VN en ZonMw

 

Alle partijen werken mee aan een meerjarenprogramma depressiepreventie dat minimaal vijf jaar zal lopen. Doelstelling is een forse afname van mensen met depressie in 2030 met 30 procent.

 

Minister Schippers: “Een depressie werkt echt diep door in je leven. Het is belangrijk dat we meer weten, eerder signaleren en het taboe doorbreken. Zodat mensen eerder hulp vragen en krijgen. Met tijdige hulp kan je voorkomen dat iemand echt in een depressie raakt".




"Samenwerking is dan ook cruciaal om deze ambitieuze doelstelling te halen. Ik ben heel blij dat zoveel partijen er de schouders onder willen zetten,” zegt de minister.


Hoog risico

Het meerjarenprogramma richt zich op zes groepen mensen met een hoog risico op het ontwikkelen van depressie. Dat zijn: jongeren, jonge vrouwen, huisartsenpatiënten,

werknemers met een stressvol beroep, chronisch zieken en mantelzorgers. 


De inzet is het vergroten van het bewustzijn, zowel bij de mensen die het aangaat als hun omgeving. Ook moet risicogroepen beter worden bereikt en moet beter worden verwezen naar de juiste zorg.

 

Signalen

Beroepsgroepen, brancheorganisaties en kennisinstellingen maken de komende jaren afspraken over een sluitende aanpak en ondersteuning dichtbij mensen. Zo is er bijvoorbeeld al een e-learning module depressiepreventie, zodat huisartsen, Jeugdgezondheidszorg, Centra voor Jeugd en Gezin, verloskundigen en kraamzorg depressieve klachten op tijd herkennen. 


Afgelopen najaar startte Schippers al een publiekscampagne over depressie gericht op het herkennen van signalen en het vergroten van kennis. 20 februari 2017



Traumahelikopter neemt voortaan bloed mee

 

Het Mobiel Medisch Team van het Radboudumc beschikt sinds kort over een bloedvoorraad aan boord van de traumahelikopter, de Lifeliner3. Ook het Erasmus MC gaat op korte termijn vliegen met een bloedvoorraad.

 

Voor het aanleveren van bloed op de bestemming moest voorheen een extra voertuig rijden. De maatregel komt voort uit de wens van de Mobiel Medisch Teams in Nederland, dat bij ernstig traumatisch letsel op straat indien nodig levensreddende transfusies moeten kunnen worden uitgevoerd bij een slachtoffer. 


De bloedvoorziening in de Lifeliner wordt mogelijk gemaakt door Bernhoven in Uden.




Dit ziekenhuis ligt dicht tegen vliegbasis Volkel aan, waar de Lifeliner3 gestationeerd is. Daardoor is de logistieke aanlevering efficiënt geregeld.

 

Bloedgroep 

Door de beschikbaarheid van bloed in de Lifeliner beschikt het team altijd over een voorraad 0-negatief bloed dat ze direct kunnen gebruiken. 0-negatief bloed kan toegediend worden aan iedere patiënt, ongeacht bloedgroep. 3 februari 2017



Nieuwe opleiding voor

hartritme-cardiologen

 

In Maastricht start deze week een op maat gemaakt opleidingstraject voor internationale cardiologen gespecialiseerd in hartritmestoornissen.

 

Het Maastricht UMC+ en de Universiteit Maastricht delen hun kennis en expertise op het gebied van ritmestoornissen met internationale collega's die de ambitie hebben om leidend te worden in hun vakgebied. 


Trots

Hoofd cardiologie Harry Crijns is trots dat Maastricht is uitgekozen als opleidingslocatie: "Dit geeft wel aan dat wij in de wereld van de cardiologie, en in het bijzonder hartritmestoornissen, bekend staan als expertisecentrum".



Vanuit de European Society of Cardiology (ESC) bestond de wens om een gespecialiseerd opleidingstraject in te richten. Daarbij is de keus op Maastricht gevallen.

 

Inzichten

Het nieuwe opleidingstraject Diploma of Advanced Studies in Cardiac Arrhythmia Management zal in eerste instantie worden gevolgd door dertig experts op het gebied van ritmestoornissen. In het geïntegreerde, twee jaar durende onderwijsprogramma staat het ontwikkelen van leiderschap centraal, maar er is bijvoorbeeld ook ruim aandacht voor de laatste inzichten uit de wetenschap. 3 februari 2017



Raad voor Volksgezondheid en Samenleving pleit voor aanleg digitale snelweg


‘Invoering van digitaal ondersteunde zorg gaat te langzaam’


De overheid kan de invoering van digitaal ondersteunde zorg versnellen door hierover meerjarenafspraken te maken met zorginkopers, zorgaanbieders, patiëntenorganisaties en professionals. Ook zou de overheid een digitale snelweg moeten aanleggen waardoor data-uitwisseling van e-health gemakkelijker en goedkoper wordt.

 

Dat schrijft de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving (RVS) in een advies dat zij deze week naar de minister heeft gestuurd. Volgens de RVS gaat de invoering van de digitaal ondersteunde zorg op dit moment te langzaam

 

Beheer

De RVS pleit voor een hoofdlijnenakkoord zodat alle patiënten kunnen profiteren van de voordelen die e-health biedt.


Daarbij kan men denken aan beheer over de eigen gegevens en eigen regie, passende dienstverlening en gerichte zorg. Bovendien zou e-health volgens de RVS een bijdrage kunnen leveren aan een beteugeling van de steeds stijgende zorgkosten in Nederland.


Gemak en tijdwinst

Voorzitter Pauline Meurs van de RVS roept zorgaanbieders en zorgverzekeraars op in de zorginkoop tot meerjarenafspraken te komen en patiënten te verleiden en te stimuleren e-health te gebruiken. “Wanneer patiënten eenmaal kennis hebben gemaakt met e-health-toepassingen, ervaren zij vaak de voordelen van het gemak en de tijdwinst. Daarvan zijn goede voorbeelden voorhanden." 

"Zo is er een initiatief waarbij hartpatiënten zelf digitaal hun dossier kunnen inzien, worden zij op afstand gemonitord en kunnen ze te allen tijde per video contact opnemen met de zorgverlener. Of denk aan een digitale kinderwenspoli, waar patiënten professionals online vragen kunnen stellen en onderling ervaringen kunnen delen,” zegt Meurs.

 

Blokkade

De Raad meent dat een gebrek aan mogelijkheden voor veilige data-uitwisseling tussen de verschillende gebruikte informatiesystemen grootschalige toepassing van e-health blokkeert. Zorggegevens tussen zorgverleners zijn onderling nauwelijks uitwisselbaar, patiënten kunnen niet bij hun eigen gezondheidsgegevens en e-health kan vaak niet communiceren met de bestaande zorg-ICT. De RVS pleit ervoor om e-health ook financieel aantrekkelijk te maken. 27 januari 2017



Ziekenhuizen roepen hartpatiënten met afbreekbare stents terug


Het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht en het Beatrixziekenhuis in Gorinchem adviseren hartpatiënten met een biologisch oplosbare stent om tot drie jaar na het plaatsen hiervan een extra, tweede bloedverdunner te nemen. Het zou gaan om een kleine driehonderd patiënten.

 

Onlangs is uit een grote internationale studie gebleken dat de afbreekbare stent extra risico’s met zich meebrengt. Tot drie jaar na het plaatsen van de biologisch oplosbare stent bestaat een licht verhoogde kans op vorming van een bloedstolsel in de stent.




Als deze stent plotseling dicht gaat zitten, kan een hartinfarct ontstaan. De kans dat dit gebeurt is erg klein, maar het blijkt wel vaker voor te komen dan bij metalen stents, zo meldt het ziekenhuis. Om te bepalen wat de risico's zijn van een oplosbare stent in het hart, heeft de 

Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC) inmiddels een overleg ingelast met internationale collega's. "We bekijken of alle patiënten met zo'n stent opgeroepen moeten worden en wat het beste advies is", zegt een woordvoerder van de NVVC.

 

Terughoudend

Ook andere ziekenhuizen kampen met het probleem, al lijkt het aantal patiënten met een biologisch afbreekbare stent kleiner dan in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Zo is het UMC Utrecht tot op heden terughoudend geweest in het gebruik, juist omdat er nog onderzoek wordt uitgevoerd.


Evenals de traditionele metalen stent helpt een biologische afbreekbare stent bij het openhouden van de bloedvaten en vermindert de stent de kans op een vernauwing of een verstopping van de bloedvaten. In tegenstelling tot de metalen stents lossen de afbreekbare stens op en blijven dus niet voor altijd in de kransslagvaten aanwezig. 


De afbreekbare stent is na verloop van tijd volledig door het lichaam opgenomen. Het eigen weefsel neemt de functie van de stent dan weer over. Aan de oplosbare stent is bovendien een medicijn toegevoegd om het bloedvat open te houden. 23 januari 2017



Gezondheidsministers strijden tegen te dure medicijnen

           

Een groot aantal minister heeft gisteren de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) gevraagd te helpen bij het veranderen van de manier waarop medicijnen worden ontwikkeld.

 

Volgens de ministers, die gisteren in Parijs bijeen waren, worden nieuwe medicijnen onbetaalbaar als er niets veranderd. Namens Nederland was minister Edith Schippers aanwezig bij deze mondiale bijeenkomst.

sdfadf 

Platform

Samenwerking moet ervoor zorgen dat nieuwe innovatieve medicijnen wereldwijd sneller beschikbaar worden, tegen lagere en aanvaardbare prijzen. Ook moet beter inzichtelijk zijn welke nieuwe medicijnen eraan komen. De OESO heeft een platform dat zich hierover buigt. Nederland neemt hierin deel.




"De internationale wind is echt aan het veranderen. Het aantal landen dat aandringt op verandering groeit snel,” zegt Schippers. "Dat heb ik ook hier vandaag in Parijs gemerkt.”

Naast de aanwezige Europese landen steunen ook Canada, Chili, Australië, Israël, Zuid-Korea en Japan de samenwerking. 18 januari 2017


Nederland lonkt naar Europees

agentschap geneesmidddelen

 

Nederland stelt zich kandidaat voor de vestiging van het Europese geneesmiddelenagentschap EMA (European Medicines Agency). Op dit moment is EMA in Londen gehuisvest.

 

Door het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie moet dit agentschap in een ander EU-land worden gevestigd.

 

Impuls

Schippers: “De EMA is een cruciale organisatie voor de beoordeling en toelating van innovatieve en vaak levensreddende geneesmiddelen. Dat proces mag niet verstoord raken. Nederland staat klaar om de EMA en de medewerkers soepel een nieuwe en uitstekende locatie te bieden. Dat is natuurlijk allereerst in het belang van miljoenen patiënten in Europa, maar het geeft ook een impuls aan de gezondheidssector in Nederland.” 18 januari 2017



100 miljoen euro voor extra zorgverleners

 

Verpleeghuizen krijgen 100 miljoen euro om extra medewerkers aan te trekken. Het kabinet heeft dat vandaag besloten op voorstel van staatssecretaris Van Rijn.

 

De verpleegzorg voor ouderen wordt overal naar een hoger plan getild met nieuwe normen voor kwaliteit en personeel. Alle verpleeghuizen moeten nu stappen zetten om daar naartoe te groeien. Daar waar dat het hardst nodig is, investeert het kabinet 100 miljoen euro.


Aandacht

Van Rijn: “Deze maatregelen en dit geld zijn een steun in de rug voor bewoners, hun naasten en de medewerkers van verpleeghuizen. Zij krijgen er extra collega’s bij voor het belangrijke, zware werk dat ze dag in dag uit doen. Meer medewerkers met meer tijd betekent meer aandacht voor onze ouderen. Daar doen we dit voor”.


Om extra geld te kunnen krijgen moet een verpleeghuis wel aan strikte voorwaarden voldoen en laten zien dat er geen geld wordt verspild aan te veel papierwerk, overhead of onnodig grote reserves op de bank. Zorginstituut Nederland heeft daartoe een nieuw kader verpleegzorg vastgesteld. Daarmee is voor iedereen duidelijk – van cliënten, tot medewerkers en bestuurders – waarop in de verpleeghuiszorg mag worden gerekend en waarop zal worden toegezien.


Uitkomsten 

De nieuwe personeelsnorm houdt rekening met de diversiteit van cliënten en de omgeving waarin verpleegzorg wordt gegeven. Op basis van de nieuwe normen voor personeel en kwaliteit en de toegenomen zorgzwaarte zal de Nederlandse Zorgautoriteit onderzoeken of er structureel voldoende geld beschikbaar is voor de verpleeghuiszorg. De eerste voorlopige uitkomsten van dat onderzoek worden eind februari aan de Tweede Kamer gezonden. 13 januari 2017




'Gehandicapte moet volwaardig meedoen' 

          

Om Nederlanders bewust te maken en inzicht te geven in wat zij zelf kunnen doen om mensen met een beperking volwaardig mee te laten doen aan onze samenleving, is staatssecretaris Van Rijn gestart met de campagne 'Meedoen met  een handicap'.

 

Het doel van de campagne is om mensen door de ogen van


iemand met een handicap te laten kijken. Dan blijkt sporten, boodschappen doen of een terrasje pakken helemaal niet zo vanzelfsprekend.

 

Van Rijn: “Gelijke dromen beginnen met gelijke kansen. Nederland telt meer dan twee miljoen mensen met een of meerdere handicaps. Naar een café of universiteit gaan kan voor hen door een hoge drempel, het ontbreken van liften of een geweigerde assistentiehond knap lastig zijn". 


Van Rijn benadrukt dat kleine aanpassingen soms groot verschil maken. 


Inhoud

De campagne start met ervaringsverhalen van mensen met een handicap. Op de website meedoenmeteenhandicap.nl staan adviezen en tips en kunnen mensen meer informatie vinden over wat zij zelf kunnen doen. De campagne komt voort uit het VN-verdrag Handicap dat sinds 2016 van kracht is. 13 januari 2017



Meer dan miljoen verzekerden wisselen van zorgverzekeraar


Meer dan een miljoen mensen zijn eind vorig jaar overgestapt naar een andere zorgverzekeraar. Dat heeft Vektis vandaag laten weten.  


Vekis is een informatiecentrum voor de zorg en houdt jaarlijks bij hoeveel mensen overstappen naar een andere zorgverzekeraar. In 2016 is het percentage overstappers uitgekomen op 6,1 procent. Dat zijn 1,04 miljoen mensen.

Dit percentage is gebaseerd op alle overstapinformatie die op dit moment bij de zorgverzekeraars bekend en verwerkt is, meldt Vekis op zijn website. Het gaat volgens Vekis nog om een voorlopig percentage. Het definitieve overstappercentage wordt volgende maand bekendgemaakt.


Zorgthermometer

Zorgthermometer Verzekerden in beeld 2017. In 2016 was het definitieve percentage

6,3 procent en in 2015 was het overstappercentage 6,8 procent. 

Daarmee lijkt het percentage




overstappers vooralsnog wat lager uit te vallen dan voorgaande jaren.


Nieuwe verzekering

Verzekerden konden tot 1 januari 2017 hun zorgverzekering opzeggen. Tot uiterlijk 1 februari 2017 hebben zij vervolgens de tijd om een nieuwe zorgverzekering af te sluiten. De meeste overstappers lijken al een nieuwe zorgverzekering te hebben afgesloten. 9 januari 2017



Plastisch chirurgen: aantal vuurwerkslachtoffers daalt licht


Het aantal vuurwerkslachtoffers met ernstig handletsel lag tijdens de afgelopen jaarwisseling lager dan vorig jaar. Dat concludeert de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC) op basis van een onderzoek naar het aantal slachtoffers en de ernst van vuurwerkletsel.

 

Rond de jaarwisseling hebben plastisch chirurgen 33 patiënten met letsel behandeld. In 2015 waren dat er 52. Een jaar eerder 69. Het beleid om het gebruik van vuurwerk in te dammen lijkt dan ook enigszins zijn vruchten af te werpen. De ervaring leert dat het aantal slachtoffers nog tot februari kan oplopen.Ook dit jaar was illegaal vuurwerk weer de grootste boosdoener van zwaar handletsel.


Van de 33 letsels was ongeveer twee derde het gevolg van een ongeluk met illegaal vuurwerk.Bovendien waren er dit jaar wederom veel jonge slachtoffers. Bijna de helft van de patiënten was jonger dan 18 jaar. Plastisch chirurg Annekatrien van de Kar blijft daarom namens de NVPC pleiten voor ingrijpende maatregelen zoals een verbod op consumentenvuurwerk en de aanpak van illegaal vuurwerk: “Slachtoffers zoals deze kinderen zijn zich vaak onvoldoende bewust van de risico’s van vuurwerk, maar kampen wel de rest van hun leven met de gevolgen ervan.”


Knalvuurwerk

Plastisch chirurgen uit heel Nederland registreerden de ernstigste gevallen van vuurwerkletsel rond oud en nieuw op de Spoedeisende Hulp (SEH). Ze zagen slachtoffers met zeer ernstige handletsels, brandwonden aan de handen en over het gehele lichaam en letsels aan weke delen. Van de 33 behandelde patiënten, hadden 28 slachtoffers het vuurwerk zelf afgestoken. De overgrote meerderheid van de vuurwerkletsels is het gevolg van knalvuurwerk. Slechts 6 keer was er sprake van een ongeluk met siervuurwerk. In totaal zijn er de afgelopen dagen 25 vingers geamputeerd. Bijna de helft van de slachtoffers is minderjarig. Onder hen bevond zich ook een aantal zeer jonge kinderen. 3 januari 2017



Licht op zorg trekt

steeds meer lezers


Steeds meer lezers weten deze website te vinden. Sinds de start aan het begin van 2016 is het aantal bezoekers gegroeid van nul naar duizenden lezers per week.


Uit de statistiek (zie afbeelding) van Google Analytics blijkt dat Licht op zorg een gestage groei doormaakt. Zowel zorgverleners als zorgvragers weten de website te vinden als bron van (actuele) informatie.




En adverteerders weten de website te vinden als platform voor hun producten en diensten. Met deze website en de (gratis) Nieuwsbrief bereikt Licht op zorg ook in 2017 het juiste publiek. De redactie wenst iedereen het allerbeste voor 2017! 1 januari 2017  


Centrale rol voor mensen

met beperking of ziekte

 

Mensen met een beperking of chronische ziekte krijgen een centrale rol bij de invoering van het VN Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. 


De doelgroep wordt actief betrokken bij de totstandkoming van actieplannen per sector waarin concreet wordt uitgewerkt hoe algemene toegankelijkheid van Nederland in de praktijk wordt gerealiseerd. De staatssecretaris heeft daarover een voorstel naar


de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. Per sector moeten actieplannen worden opgesteld door overheid, ondernemers en cliëntenorganisaties. 


Voortgang

Over de voortgang van het toegankelijk maken van Nederland zal de staatssecretaris jaarlijks rapporteren aan het parlement. Daarbij geeft hij aan - mede op basis van wat cliëntenorganisaties vinden - of het tempo hoog genoeg ligt of dat er iets extra's moet gebeuren. Als de voortgang onvoldoende is, kan dat leiden tot nadere regels. 1 januari 2017



Groeiend tekort aan allergologen door toename aantal allergiepatiënten


Het tekort aan allergologen neemt de komende jaren door de groei van het aantal mensen met een allergie verder toe. Dat verwacht allergoloog Theo Roovers van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) in Tilburg.

 

Op dit moment zijn in Nederland 28 allergologen werkzaam, terwijl er minimaal 150 nodig zijn voor de almaar groeiend groep patiënten die last heeft van een allergie. Roovers verwacht zelfs dat over vijf jaar maar liefst de helft van de bevolking een allergie heeft. Om deze groei het hoofd te bieden, breidt het ETZ het aanbod medische vervolgopleidingen uit met Allergologie.




Per jaar gaat het ziekenhuis zo’n vier artsen tot specialist opleiden. Binnenkort start Renee Otten op de polikliniek Allergologie met haar differentiatiestage Allergologie van de opleiding interne geneeskunde. Zij gaat zich na haar vierjarige opleiding tot internist

specialiseren op de vakgebieden klinische immunologie en allergologie. Allergoloog Theo Roovers beschouwt het toekennen van de opleidingsplek Allergologie als een eer. “Het ETZ is het eerste en enige niet-academische ziekenhuis dat internist-allergologen mede mag opleiden, samen met het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Hiermee leveren we een belangrijke bijdrage aan het opleiden van meer allergologen.”


Luisteren en helpen

Voor Renee Otten was het gunstige toekomstperspectief voor het beroep internist-allergoloog een belangrijke reden om te kiezen voor deze specialisatie. 

“Zeker nadat ik een dag had meegelopen op de polikliniek Allergologie van het Erasmus MC. Daar ontdekte ik dat het vakgebied door de combinatie van allergologie en klinische immunologie veel breder is dan ik eerst dacht. Ik vind het leuk om naar patiënten te luisteren en ze te helpen. Deze praktijkgerichte opleiding past daarom bij mij.”

s 

Allergiecentrum

Het ETZ is het grootste allergiecentrum van Nederland. Een allergoloog werkt  in een ziekenhuis vooral veel samen met dermatologen en KNO-, long- en kinderartsen. Binnen dat netwerk heeft de allergoloog kennis van allergieën. 20 december 2016



Van Rijn start campagne om financieel misbruik ouderen te voorkomen


Staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) is een campagne gestart om financieel misbruik van ouderen tegen te gaan. Van Rijn slaat ook de handen ineen met banken om ouderen beter te beschermen.

 

Ouderen kunnen op allerlei manieren slachtoffer worden van financieel misbruik. Bijvoorbeeld als een bekende een paar boodschappen doet voor zichzelf met de pinpas van de buurvrouw voor wie hij zorgt. Of een familielid die een oudere bezoekt en geld uit de portemonnee haalt op een onbewaakt ogenblik. Of zelfs iemand die druk uitoefent op een oudere om in het testament opgenomen te worden. De campagne is bedoeld om financieel misbruik van ouderen uit de taboesfeer te krijgen. Van Rijn: “Het gebeurt vaak dat ouderen slachtoffer worden van financieel misbruik in situaties waarin ze juist veel vertrouwen hebben in mensen die later de dader blijken te zijn".


asdf

Van Rijn vervolgt: "Daarom zien we veel schaamte en aarzeling bij ouderen om er melding van te maken. Ouderen zelf, familie, bankmedewerkers, zorgverleners, notarissen, omwonenden: samen moeten we om ouderen heen staan en hen beschermen".

Van Rijn: "Als je een situatie niet vertrouwt, kun je zelf het gesprek aangaan of bijvoorbeeld Veilig Thuis bellen voor hulp of advies".


Onderzoek

Van Rijn en de Nederlandse Vereniging van Banken hebben afgesproken gezamenlijk op te trekken in de aanpak van financieel misbruik van ouderen. De banken gaan gezamenlijk onderzoeken hoe zij een bijdrage kunnen leveren aan het voorkomen van financieel misbruik. Ook ouderenbond ANBO heeft de voorlichting geïntensiveerd. "Met slimme tips kunnen mensen zich ten eerste voorbereiden, zodat afhankelijkheid en kwetsbaarheid voorkomen wordt. Het is belangrijk om op tijd na te denken over hoe je toch grip op geldzaken houdt, ook als je niet meer alles zelf kunt regelen. Ten tweede hopen we dat mensen een beetje op elkaar letten,” zegt ANBO-bestuurder Liane Den Haan. 19 december 2016



Tandartstarief afgelopen tien jaar minder gestegen dan inflatie en koopkracht


De tarieven van de tandarts zijn de afgelopen tien jaar minder hard gestegen dan de inflatie en de gemiddelde koopkracht. Daardoor zijn de tarieven voor de gemiddelde tandartsbezoeker met ruim zeventien procent verbeterd.

 

Dat blijkt uit onderzoek dat de Associatie Nederlandse Tandartsen (ANT) heeft laten uitvoeren. In het onderzoek zijn de tarieven van veelgevraagde behandelingen als periodieke controles, boren en röntgenfoto’s vergeleken met de inflatie en de koopkrachtontwikkeling van alle bevolkingsgroepen.




Betaalbaarheid

De totale stijging van de tandartstarieven bedraagt sinds 2006 negen procent. Dat is veel lager dan de inflatie die in dezelfde periode circa zeventien procent bedraagt. Gecombineerd met het feit dat in de afgelopen tien jaar de koopkracht van de Nederlandse bevolking gemiddeld

met zeventien procent is toegenomen, leidt dit ertoe dat de betaalbaarheid van de tandartstarieven met ruim zeventien procent is verbeterd.


Zorgverzekeraar

Voorzitter Jan-Willem Vaartjes van de ANT: “Het is cruciaal dat de consument toegang heeft tot betaalbare behandelingen door dé poortwachter in de mondzorg: de tandarts. Tegelijkertijd zien we nog steeds dat vrijwel alle zorgverzekeraars de premie van tandartsverzekeringen jaarlijks met gemiddeld meer dan zes procent verhogen. Hoewel de tandartszorg dus betaalbaarder is 

geworden, zorgt de tandartsverzekering ervoor dat goede mondzorg nog steeds duur is. Dat kan niet de bedoeling zijn.”

 

Buitenland

Vaartjes: “Dit is goed nieuws voor de toegankelijkheid van de mondzorg. Tegelijkertijd staat de keuzevrijheid voor consumenten onder druk. Het huidige tariefstelsel biedt namelijk geen mogelijkheid om hoogwaardige, innovatieve behandelingen of zorg op maat te leveren. Consumenten mogen bijvoorbeeld niet bijbetalen voor bijvoorbeeld een duurdere vulling. In het buitenland mag dat wel”. 13 december 2016



Spijkenisse Medisch Centrum smeedt weer plannen voor de toekomst


Spijkenisse Medisch Centrum (SMC) maakt weer plannen voor de toekomst. Zo wil het ziekenhuis samen met zorgpartners het zorgaanbod verbreden met revalidatie en ouderenzorg. 


Drie jaar geleden ging het voormalige Ruwaard van Putten Ziekenhuis failliet en balanceerde het op de rand van de afgrond.

 

Overeenstemming

Inmiddels hebben de gemeente Nissewaard en het Spijkenisser ziekenhuis overeenstemming bereikt over de overdracht van het juridisch eigendom van het ziekenhuis en de grond waarop het pand staat. Hierover is afgelopen tijd intensief overleg gevoerd. Ook staat een verbouwing op stapel. Voor het SMC was het van groot belang het pand en de grond te verwerven om naast het ziekenhuis een breder zorgaanbod te kunnen aanbieden.




Bestuurder Paul van der Velden van het SMC: “We zijn met meerdere zorgaanbieders in gesprek om zich te huisvesten in het Spijkenisse Medisch Centrum, voor het idee van een geïntegreerd zorgconcept, oftewel een breder zorgaanbod. Samen willen we patiënten in de regio Voorne-Putten, Rozenburg, Hoogvliet en Hoeksche Waard hoogwaardige zorg dichtbij huis bieden." 

Hij vervolgt: "Hiervoor willen wij samenwerkingen aangaan met andere zorgorganisaties, zoals dat nu al gebeurt met de huisartsenpost en het dialysecentrum plus het revalidatiecentrum van het Maasstad Ziekenhuis”.


Vertrouwen

Bestuurder Peter Langenbach van SMC: “Uit de laatste cijfers blijkt dat het ziekenhuis structureel weer winstgevend is. Mijn verwachting is dat het huidige negatieve eigen vermogen binnen twee jaar om te buigen is naar een positief eigen vermogen. Het blijkt dat het vertrouwen van inwoners, zorgverzekeraars, huisartsen en de gemeente toeneemt. In het eerste halfjaar kwamen er zeven procent meer patiënten naar het Spijkenisse Medisch Centrum en op Zorgkaart scoren we een 8,7”. 8 december 2016


Persoonlijke behandeling mogelijk door nieuwe informatie over ziekteverloop 


Tal van ziekteprocessen ontrafeld dankzij poldermentaliteit


Zes Nederlandse universiteiten hebben op basis van ‘big data’ de processen in kaart gebracht van een reeks aandoeningen, waaronder prostaatkanker en chronische darmontsteking. 


De resultaten worden vandaag gepubliceerd in het tijdschrift Nature Genetics.

 

Grip

De onderzoekers konden de processen in kaart brengen door bij duizenden mensen de regulatie en activiteit van al hun genen te meten en die gegevens te koppelen aan miljoenen erfelijke verschillen in het DNA. Hierdoor kan inzichtelijk worden gemaakt welke moleculaire processen in het lichaam ontregeld raken nog voordat mensen ziek zijn.


Ook kan patiënten met de verkregen inzichten een persoonlijke behandeling worden geboden. "Met de opkomst van ‘big data’, steeds snellere computers en nieuwe wiskundige technieken, is het nu mogelijk zeer grote studies uit te voeren en in een keer begrip te krijgen van veel ziektes tegelijkertijd," zegt onderzoeksleider Lude Franke uit het UMCG.


Poldermentaliteit

De resultaten zijn geboekt doordat biobanken uit heel Nederland zes jaar geleden besloten

om gegevens onderling te delen. Zo konden in bloedmonsters van een zeer groot aantal vrijwillige deelnemers moleculaire gegevens op gestandaardiseerde en veilige manier worden verzameld, opgeslagen en geanalyseerd. "We lopen in Nederland voorop in het onderling delen van moleculaire gegevens. Dit maakt grootschalige studies mogelijk die noodzakelijk zijn om de oorzaken van ziekten beter te begrijpen. Dit resultaat is dan ook pas het begin: iedere Nederlandse onderzoeker met een goed wetenschappelijk idee krijgt na een screening toegang tot de grote hoeveelheid anonieme gegevens. De Nederlandse poldermentaliteit brengt ook de wetenschap verder", aldus Bas Heijmans (LUMC), intiator van het samenwerkingsverband.


Persoonlijke aanpak

De moleculaire gegevens die zijn verzameld, vormen de hoeksteen van nog grotere samenwerkingen. Onderzoeksleider Peter-Bram ’t Hoen  van het LUMC: “Grote hoeveelheden gegevens moeten het uiteindelijk mogelijk maken om iedere Nederlander een persoonlijk gezondheidsadvies te kunnen geven en om de beste behandeling voor de individuele patiënt te kunnen bepalen.”

Het onderzoek is tot stand gekomen dankzij de samenwerking binnen het biobank consortium Biobanking and BioMolecular Resources Research Infrastructure van zes bevolkingsonderzoeken geleid door de universitaire centra van Amsterdam, Groningen, Leiden, Maastricht, Rotterdam en Utrecht.

5 december 2016



Van Rijn: Europese samenwerking bij bestrijden dementie


Europese samenwerking is hard nodig om dementie succesvol te bestrijden. Naast het onderzoek naar de oorzaken en de genezing van de hersenaandoening is extra aandacht nodig voor de mensen met dementie.

 

Dat heeft staatssecretaris Martin van Rijn gisteren gezegd tijdens zijn toespraak op de EU-conferentie 'Alzheimer's disease - epidemic of the third millennium' in Slowakije. Eerder op de dag had Van Rijn al een ontmoeting met bewindspersonen uit Slowakije en Malta om het belang van internationale samenwerking tegen dementie te onderstrepen.

 

Afschuwelijke aandoening

"We blijven vol inzetten op wetenschappelijk onderzoek naar dementie,” aldus Van Rijn. "Zolang het echter niet mogelijk is van dementie te genezen, moeten we zo veel mogelijk oog hebben voor mensen met dementie. Die wonen meestal thuis, in ons midden".


"In andere Europese landen misschien nog wel meer dan bij ons. Hoewel situaties in Europa kunnen verschillen, staan we met gebundelde krachten echt een stuk sterker tegenover deze afschuwelijke aandoening dan ieder land voor zich."



Samen dementievriendelijk

In Nederland is de campagne 'Samen dementievriendelijk' gestart om het besef en begrip van dementie te vergroten. Het streven is dat een miljoen mensen binnen vijf jaar beter bekend raken met dementie en dat toepassen in hun baan en bestaan. Engeland en Denemarken kennen gelijke initiatieven. Malta begint daarmee en andere landen, waaronder Slowakije, volgen de campagne met belangstelling.

 

Dementie Nederland

Tot 2020 trekt de regering 32 miljoen uit voor het Deltaplan Dementie, dat onder meer is gericht op medisch onderzoek naar betere behandeling en het voorkomen van dementie. In Nederland leven naar schatting 260.000 mensen met dementie. Dat aantal stijgt in 2050 tot 400.000, omdat Nederland meer ouderen krijgt die bovendien steeds ouder worden. Mensen leven gemiddeld acht jaar met dementie. 30 november 2016


Kwart wereldbevolking mist basismedicijnen door oneerlijke verdeling


Er is wereldwijd genoeg geld om iedereen van basismedicijnen te voorzien, maar dat geld wordt dermate oneerlijk verdeeld dat een kwart van de wereldbevolking daartoe geen toegang heeft. 


Tot deze conclusie komt de Lancet Commission on Essential Medicines Policies in het wetenschappelijk tijdschrift The Lancet. 

In de commissie hebben onder andere Hans Hogerzeil van het UMCG en promovenda Ellen ’t Hoen zitting. Begin deze maand heeft de commissie een lijvig rapport uitgebracht over de toegankelijkheid van geneesmiddelen in de wereld.

“Het is geen kwestie van een gebrek aan geld, maar een gebrek van eerlijkheid, solidariteit en mensenrechten,” aldus de commissie.

 

Schatting

Driekwart van alle lage-inkomenslanden en een kwart van de midden-inkomenslanden heeft




niet genoeg geld om de bevolking te voorzien van de belangrijkste basisgeneesmiddelen als morfine, insuline en medicijnen ter behandeling van HIV, malaria of tuberculose. 

De commissie maakte een schatting van de kosten om alle mensen in lage- en midden-inkomenslanden van deze 200 basisgeneesmiddelen te voorzien en kwam uit op een bedrag van 13 tot 25 dollar per persoon per jaar. Wereldwijd wordt dit bedrag minstens acht keer uitgegeven.


Internationaal probleem

Een van de oorzaken voor de ongelijkheid is het onderzoek naar en de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. “Dit is een 

patentgebaseerd systeem, dat fabrikanten een monopoliepositie geeft en dat leidt tot hoge prijzen van geneesmiddelen,” zegt ’t Hoen. “Dit levert ook in Nederland problemen op, zoals de medicijnen voor de ziekte van Pompe en de ziekte van Fabry, die honderdduizenden euro’s per jaar kosten; en nieuwe medicijnen tegen kanker.”


Negatief

Bovendien ontwikkelen fabrikanten bij voorkeur geneesmiddelen waarmee hoge winsten te behalen zijn, en niet op de middelen waar de meeste behoefte aan is. Vooral in ontwikkelingslanden, waar mensen niet veel geld hebben, pakt dit negatief uit. 24 november 2016



Hoge scores door snelle toegang, eigen dokter en korte wachttijden voor specialistische zorg 


Nederlandse zorg doet het goed in Amerikaans onderzoek


De Nederlandse zorg doet het vergeleken met tien andere Westerse landen meer dan prima. Dit blijkt uit onderzoek van The Commonwealth Fund (CWF), een Amerikaanse denktank op het gebied van zorg.

 

Minister Schippers heeft gisteren op uitnodiging van CWF in Washington de uitkomsten in ontvangst genomen. In het onderzoek wordt de zorg in Australië, Canada, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Zweden, Zwitserland, Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten met elkaar vergeleken. De onderzoekers noemden de Nederlandse zorg als ‘het voorbeeld van een stelsel dat werkt’.

 

De Nederlandse zorg scoort onder meer als hoogste als het gaat om snelle toegankelijkheid van zorg en toegang tot zorg buiten kantooruren.




Ook hebben Nederlanders vergeleken met de andere landen het vaakst een eigen dokter en hebben artsen het patiëntendossier het beste op orde. Verder zijn de wachttijden voor de lage inkomens het kortst. Hoge scores zijn er ook als het gaat om weinig problemen met toegang tot zorg om financiële redenen en het beperkt gebruik van spoedeisende hulp.


En verder zijn er korte wachttijden voor specialistische zorg en nauwelijks coördinatieproblemen bij verschillende vormen van zorg voor lagere inkomens. Opmerkelijk is dat Nederlanders het minst vaak aangeven dat ze een onnodige behandeling of onderzoek hebben gekregen. Nederland zit in de middenmoot vergeleken met andere Westerse landen wat betreft advisering van leefstijl, het samen beslissen tussen arts en patiënt en de organisatie van nazorg na ontslag uit het ziekenhuis.

 

Kwetsbaren

The Commonwealth Fund is een private stichting die in de Verenigde Staten een zorgstelsel wil dat beter toegankelijk is en een hoge kwaliteit heeft. De stichting heeft daarbij in het bijzonder oog voor de kwetsbaarste groepen in de samenleving, zoals mensen met een laag inkomen, minderheden, kinderen en ouderen. 18 november 2016



Dokters van de Wereld constateert alarmerende vaccinatie-achterstanden


Migranten krijgen door armoede vaak veel te laat zorg 


Ruim negen op de tien migranten in Europa leven onder de armoedegrens. Dat blijkt uit onderzoek van de internationale hulporganisatie Dokters van de Wereld onder bijna 10.000 kwetsbare personen in elf Europese landen.

 

Niet-medische factoren als huisvesting, inkomen en de toegang tot zorg trekken een zware wissel op de gezondheid van de migranten, zo blijkt uit het jaarlijkse Observatory Report dat de hulporganisatie vandaag presenteert. “Armoede ondermijnt de effectiviteit van de zorg die kwetsbare groepen krijgen,” zegt Arianne de Jong, directeur van

Dokters van de Wereld Nederland. “Mensen komen vaak veel te laat in een zorgtraject. Dat zorgt ook voor extra druk op de beschikbare faciliteiten.” 


BMR

Zo signaleert Dokters van de Wereld in het rapport alarmerende vaccinatie-achterstanden bij migranten. Maar liefst 34,4 procent van de kinderen en jongeren tot 18 jaar heeft geen kinkhoestvaccinatie gehad en veertig procent kreeg nooit het zogenoemde BMR-vaccin.


Armoede

De helft van de onderzoeksgroep bestaat uit migranten met een geldige verblijfsstatus. “We zien dat hun toegang tot zorg zeker nog niet veiliggesteld is,” zegt Arianne de Jong. “Factoren als taalproblemen en het ontbreken van een stevig sociaal netwerk belemmeren in belangrijke mate de toegang tot zorg.”

Opmerkelijk is dat bijna zes procent van de onderzoeksgroep geen migratie-achtergrond. “In de elf Europese landen waar wij werken, zien we dat de gezondheidszorg veranderingen ondergaat. Dat heeft soms ook consequenties voor de betaalbaarheid en de toegankelijkheid van de zorg, ook

voor reguliere burgers.”


Griekenland

Vooral in Griekenland heeft de oorspronkelijke bevolking steeds vaker problemen om toegang te krijgen tot zorg. Dokters van de Wereld roept Europese leiders onder meer op om vluchtelingen op te vangen in adequate huisvesting met goede hygiënische faciliteiten, zorgvoorzieningen en toegang tot informatie. 


Ook moeten overheden en instanties volgens de hulporganisatie meer samenwerken. In het rapport wordt aandacht gevraagd voor vrouwen en kinderen. 15 november 2016



Maar liefst een op de zeven mantelzorgers vindt zichzelf zwaarbelast


Een op de zeven mantelzorgers geeft aan de zorg voor familie of bekenden zwaar of zeer zwaar belastend te vinden, of zelfs overbelastend. Deze groep geeft aan gemiddeld 28 uur per week mantelzorg te verlenen, tegenover de 8 uur van de overige mantelzorgers. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek.

 

Vorig jaar gaf bijna vijftien procent van de Nederlanders van zestien jaar of ouder mantelzorg aan een bekende uit zijn of haar omgeving, zoals een partner, kind of vriend. Dit komt neer op ongeveer twee miljoen mensen. Gemiddeld besteedden zij elf uur per week aan zorg. Het leeuwendeel (86 procent) van de mantelzorgers biedt deze hulp aan een familielid. Vrouwen zeggen vaker mantelzorg te verlenen dan mannen.


                                                                    (video CBS)

Veertig jaar of ouder

De meeste mantelzorgers zijn veertig jaar of ouder. Gemiddeld geeft bijna een vijfde deel van de Nederlanders in deze leeftijdscategorie aan te zorgen voor iemand uit zijn of haar omgeving. De meeste mantelzorgers (22 procent) zijn tussen de 50 en 74 jaar.


Nederlanders uit gezinnen bieden vaker mantelzorg dan alleenstaanden. Van de mensen met een partner en thuiswonende kinderen geeft 15 procent aan mantelzorg te verrichten. Alleenstaanden bieden het minst vaak mantelzorg (11 procent).

 

Definitie

Mantelzorg is zorg die iemand geeft aan een bekende uit zijn omgeving, zoals een partner, kind of vriend, als deze persoon voor langere tijd ziek, hulpbehoevend of gehandicapt is. De mantelzorg kan onder andere bestaan uit het doen van het huishouden, wassen en aankleden, gezelschap houden, vervoer of geldzaken regelen. Mantelzorg wordt niet betaald. Iemand is mantelzorger als de zorg al minimaal drie maanden duurt, of zorg biedt voor minimaal acht uur per week. 9 november 2016



Komende vijf jaar bijna 22 miljoen extra beschikbaar voor preventie in de zorg


Minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn steken de komende vijf jaar bijna 22 miljoen euro extra in het Nationaal Programma Preventie. Zij willen hiermee preventie in de zorg en de maatschappelijke beweging die op gang is gekomen bij het programma Alles is gezondheid verder stimuleren.

 

Begin 2017 start een subsidieregeling Preventiecoalities voor gemeenten en zorgverzekeraars. Samen moeten zij gericht aan de slag gaan voor risicogroepen. Het gaat daarbij om groepen waarbij de kans groter is op het ontstaan of verergeren van gezondheidsproblemen.

Te denken valt aan kinderen met overgewicht, kwetsbare ouderen of mensen met een verhoogd risico op depressie. Hiervoor is 14,4 miljoen euro beschikbaar. 


Beweging

Voor het programma Alles is gezondheid is 7,5 miljoen euro beschikbaar. Binnen dit deel van het programma gaan organisaties uit de samenleving zelf aan de slag met gezondheid van hun werknemers, mensen in de wijk, op school, hun sporters of fans. Deze maatschappelijke beweging is goed op gang gekomen en om de groei van deze beweging verder te  helpen wordt het programmabureau de komende jaren gefinancierd.




Groei verminderen

Het Nationaal Programma Preventie is gestart in 2014 en moet de groei van het aantal chronische zieken verminderen en ook sociaaleconomische gezondheidsverschillen verkleinen.

De focus ligt daarbij op minder alcohol, roken, depressie, diabetes, overgewicht en meer bewegen. 


Breder

Naast de maatschappelijke beweging  van Alles is Gezondheid, is het Nationaal Programma Preventie breder: ook wet- en regelgeving valt er onder zoals het rookverbod in de horeca en de leeftijdsgrens van 18 jaar voor het verkopen van alcohol en tabak.

Daarnaast zijn er diverse projecten die een gezonde leefstijl stimuleren zoals de Gezonde School, Sport en Bewegen in de buurt en Jongeren op Gezond Gewicht. 3 november 2016



Resultaten zorginspecties eenvoudiger openbaar


De Eerste Kamer is vandaag akkoord gegaan met een wijziging van de Gezondheidswet en de Jeugdwet. Door deze wijziging kunnen handhaving- en inspectiegegevens van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de Inspectie Jeugdzorg en van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit actief openbaar worden gemaakt.


Minister Schippers: “Pure winst voor de consument. Mensen kunnen straks beter zien dat bepaalde horecagelegenheden de voedselhygiëne niet goed naleven, welke producten niet aan de eisen van de wet voldoen en wat de inspectieresultaten zijn bij instellingen in de jeugdzorg. Goede informatie en transparantie zijn belangrijk voor het maken van bewuste keuzes. En het is tegelijkertijd een prikkel voor bedrijven en zorgverleners om er van te leren en zich te verbeteren”.




Met de wetswijziging wordt het eenvoudiger resultaten openbaar te maken. Ook inspectiegegevens en handhavingmaatregelen bij ziekenhuizen en zorg- en jeugdinstellingen worden openbaar gemaakt. Bij rapporten naar aanleiding van een melding of calamiteit wordt daarbij rekening gehouden met de privacy van betrokken personen. De informatie is niet herleidbaar naar een individu. In de komende jaren zullen steeds meer inspectietrajecten worden toegevoegd, dit traject wordt stapsgewijs uitgebouwd in drie tot vijf jaar. 1 november 2016



Zes miljoen euro subsidie voor onderzoek kankertherapie


De Europese Commissie heeft zes miljoen euro subsidie toegekend aan MAASTRO CLINIC en Maastricht UMC+ / Universiteit Maastricht voor onderzoek naar de behandeling van uitgezaaide longtumoren met een combinatie van radio- en immuuntherapie.

 

Uit eerdere studies is gebleken dat een combinatietherapie effectief is in de bestrijding van verschillende tumortypen en uitzaaiingen daarvan. Met de beurs hopen de Maastrichtse wetenschappers weer dichterbij een nieuwe kankerbehandeling te komen. Uitzaaiingen zijn de voornaamste oorzaak van sterfte die aan kanker is gerelateerd. Hoewel voor sommige niet-uitgezaaide vormen van kanker genezing mogelijk is, geldt dat niet voor uitgezaaide tumoren. Een combinatie van bestraling en immuuntherapie brengt daar op termijn misschien verandering in. 1 november 2016



Gemeenten houden 1,2 miljard euro voor jeugd- en zorgtaken in de knip


Gemeenten hebben vorig jaar samen bijna 1,2 miljard euro overgehouden voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg. Voor werk en inkomen hadden gemeenten echter een tekort van bijna 400 miljoen euro.

 

Per saldo gaven gemeenten bijna 800 miljoen euro minder uit aan taken in het zogeheten sociaal domein dan ze hiervoor aan inkomsten hadden. Dit meldt CBS op basis van opgaven van gemeenten over 2015. Als gevolg van de decentralisatie in het sociaal domein zijn per 1 januari 2015 taken van het Rijk en provincies aan de gemeenten overgedragen.


In 2015 gaven gemeenten 24,4 miljard euro uit aan taken in het sociaal domein, zo blijkt uit de opgaven van gemeenten. De taken hebben betrekking op de beleidsterreinen maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg en werk en inkomen.

 

Pgb's

Aan maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg waren gemeenten 12,7 miljard euro kwijt. Hiervan ging 5,6 miljard euro op aan maatschappelijke ondersteuning, terwijl 3,1 miljard euro was bestemd voor jeugdzorg. Er is 4 miljard euro besteed aan algemene voorzieningen en persoonsgebonden budgetten (pgb’s) op het terrein van

maatschappelijk ondersteuning en jeugdzorg. Dit bedrag is niet toe te rekenen aan een van beide beleidsterreinen.




Aan werk en inkomen hebben gemeenten 11,7 miljard euro besteed. Op het gebied van

werkgelegenheid ging 3,7 miljard euro naar sociale werkvoorzieningen en re-integratie- en participatievoorzieningen.


13,8 miljard euro

Gemeenten ontvingen in 2015 voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg 13,8 miljard euro, en hielden hier bijna 1,2 miljard euro aan over. De inkomsten kwamen voornamelijk van het Rijk. 

Voor de uitvoering van taken voor werk en inkomen ontvingen gemeenten in 2015 ruim 11,3 miljard euro, 400 miljoen euro minder dan er werd uitgegeven. Het budget kwam bijna volledig van het Rijk. 1 november 2016



Risico om aan ziekte te overlijden sinds 1991 met twintig procent gedaald


Vorig jaar 5200 sterfgevallen door darmkanker


In Nederland zijn vorig jaar 5200 mensen aan darmkanker overleden. Door de bevolkingsgroei en de vergrijzing stijgt het aantal mensen dat aan deze ziekte overlijdt. Dat meldt het CBS vandaag.

 

In 2015 zijn 2800 mannen en 2400 vrouwen overleden aan darmkanker. Darmkanker is bij mannen na longkanker de meest voorkomende vorm van sterfte bij kanker. Bij vrouwen is darmkanker de derde voornaamste doodsoorzaak bij kanker, na longkanker en borstkanker.

De sterfte aan darmkanker treft vooral ouderen. Ongeveer negentig procent is bij overlijden 60 jaar of ouder, ruim de helft is 75 jaar of ouder. Van alle overledenen aan darmkanker, wordt bijna driekwart veroorzaakt door een tumor gelokaliseerd in de dikke darm en 23 procent in de endeldarm.




Lager risico

Als rekening wordt gehouden met de gewijzigde leeftijdsopbouw van de bevolking is het sterfterisico aan darmkanker sinds 1991 met twintig procent gedaald. Het terugdringen van de sterfte aan darmkanker gaat vooral bij mannen minder snel dan voor een aantal andere vormen van kanker.


Dit hangt mede samen met de afname van de sterfte aan maagkanker (daling van 62 procent), longkanker (daling 51 procent) en prostaatkanker (daling 40 procent). De totale kankersterfte onder vrouwen daalt minder hard dan voor mannen, door een toename van de sterfte aan longkanker. Er is wel een daling van de sterfte aan maagkanker (63 procent), baarmoederhalskanker (daling 56 procent) en borstkanker (daling 41 procent).


Preventieve screening

Darmkanker is in Nederland de meest voorkomende soort kanker met 15,5 duizend nieuwe gevallen in 2015. In 2014 is een begin gemaakt met het bevolkingsonderzoek. Het RIVM voert het bevolkingsonderzoek uit en geeft over 2015 aan dat 73 procent van de uitgenodigde mannen en vrouwen zich heeft laten screenen. 28 oktober 2016




 Eerder 




Klik op onderstaande advertenties voor nog méér zorginformatie.